Weer was hij de man van het weekend. Jordan Stolz pakte weer goud op de 500, 1000 en 1500 meter. Vooraf probeerde hij de druk van zich af te praten door te zeggen dat driemaal goud niet noodzakelijk was. Zondag kwam hij daar na afloop op terug. “Nou, ik moest het denk ik toch wel doen”, vertelde Stolz. Het gevoel na een weekend Calgary waar hij de WK-oogst verdubbelde naar in totaal zes gouden medailles? Toch iets anders. "Vorig jaar was surreëel, de eerste medailles die ik ooit haalde. Maar dit is crazy, dat het nu voor de tweede keer lukt om drie keer goud te pakken is heel indrukwekkend.” 

De concurrentie is lovend over de prestaties van Stolz, maar niet tot wanhoop gedreven. “We reden dit weekend voor de tweede plek”, zei Kjeld Nuis. Laurent Dubreuil voegde toe: “Hij is een schaatser van een andere planeet, nu al de beste van zijn generatie.” Toch rijst na dit weekend de vraag of het gat naar de Amerikaan te verkleinen is. Zelf is Stolz daar ook mee bezig. “Ik ben ervan overtuigd dat ze dichterbij komen, verwacht niet dat de marge zo groot blijft. Daarom train ik zo hard mogelijk. Het zijn mooie complimenten, maar ik moet m’n kop erbij houden.”

Foto: Soenar Chamid

Als het aan Nuis ligt, moet Stolz inderdaad achter zich blijven kijken. De routinier bekeek de gouden race van Stolz vanaf een stoeltje langs de baan en had vrij snel door dat zijn snelste tijd van dat moment niet zou blijven staan. “Vanaf de eerste meter zag ik het al”, verklaarde de veelvraat van Reggeborgh. “Ik reed ook niet de aanvallende rit die ik zelf wilde rijden, het was stroperig en heel zwaar. Ning reed gisteren een fenomenale eerste ronde, maar dat lukte hem nu ook niet. Iedereen ging helemaal dood, dat ik dan overeind blijf met een goed verval. Daar ben ik megatrots op. Dat ik dit nog in de tank had, daar ben ik heel blij mee.” 

Het feit dat Stolz ook nog veel beter kan worden dan hij momenteel is, baart Nuis geen zorgen. “Ik heb iedereen beter zien worden: Davis, Kulizhnikov, Yuskov. En ik heb ze allemaal verslagen. Heb ik de eeuwige jeugd? Misschien wel. Ik ben wel de oude rot die in ieder geval twee keer achter hem op het podium staat, die hem hier een jaar geleden nog versloeg. Alleen dan moet ik wel anders rijden en die vorm had ik op dit moment niet.”